De taalronde

Een taalronde is een doordachte opbouw van taalwerkvormen, waarbij alle taaldomeinen in samenhang aan bod komen: vertellen, luisteren, schrijven, lezen en taalbeschouwing. Het belangrijkste uitgangspunt is: ieder kind heeft iets te vertellen. Vanuit betrokkenheid, vanuit de behoefte om ervaringen te delen komen kinderen tot het schrijven van rijke, persoonlijke teksten.
Doordat in een taalronde vertellen voorafgaat aan schrijven en eigen ervaringen de basis zijn, wordt schrijven laagdrempeliger. Kinderen zeggen vaak dat ze schrijven op deze manier makkelijker vinden en beter weten wat ze willen schrijven.
In een taalronde wordt altijd verteld en geschreven over eigen ervaringen van kinderen. Kleine gebeurtenissen en situaties uit het dagelijks leven die ze zelf hebben meegemaakt. Voordeel hiervan is dat iedereen dergelijke ervaringen heeft. Het vertellen in de kring en het veelvuldig stellen van de vraag ‘Wie heeft dit ook?’ brengt kinderen op verhaal. De opbouw met een afwisseling van vertellen, luisteren en vragen stellen helpt kinderen om in kleine stapjes tot een geschreven tekst te komen.
De genretaalronde
Vertellen en schrijven over eigen ervaringen in een taalronde is de basis. Vanuit daar kun je het schrijfonderwijs uitbreiden. Vanaf groep 5 is het belangrijk om, naast de taalronde, ook andere genres aan te bieden.
Een betoog, verklaring of proceduretekst vraagt natuurlijk een andere instructie dan een ervaringstekst (taalronde). Toch zult u de werkvormen van de taalronde hierbij terugzien. Zo leggen wij altijd een verbinding met de eigen ervaring en gaat spreken nog steeds vooraf aan schrijven. Samen met de leerlingen ga je op zoek naar de kenmerken van het genre, zo leer je hun het zelf te doen.
