|

Opleiding
| 2009 |
Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg, Remedial Teaching |
| 2002 |
Post HBO School Video Interactie Begeleiding op Windesheim |
| 1990- 1994 |
Nascholingscursussen schrijven en lesgeven in schrijven op de HKU |
| 1987 |
Nascholingscursus Schrijven over en vanuit je vak op de Hogeschool Nijmegen |
| 1985 |
Bijscholing taaldrukken |
| 1984 |
Post HBO sociaal cultureel werk aan de Voortgezette Agogische Beroepsopleiding te Amsterdam, eindscriptie over begeleiden van buurtwerkgroep ouders |
| 1981 |
Docent drama part-timeopleiding Theaterschool Amsterdam, eindscriptie over toneelspelen in de naschoolse opvang |
| 1974 |
Sociaal cultureel werk op de Sociale Academie De Nijenburgh in Baarn, eindscriptie over onderwijsvernieuwing |
Werk
| 2005-heden |
Senior consulent taalvorming bij stichting Taalvorming |
| 1991-1993 |
Gastdocentschap schrijven aan de afdeling Literaire Vorming aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. |
| 1990-2005 |
Consulent literaire vorming bij Stichting Kunstzinnige Vorming Amsterdam, later stichting Kunstweb (de Taaldrukwerkplaats) |
| 1978-1990 |
Onderwijsopbouwwerk bij stichting Werkgroep VREK in Amsterdam |
| 1974-1978 |
Kinderwerk in buurthuis in de Spaarndammerbuurt (naschoolse opvang en scholenproject) |
|
Lucie Visch consulent taalvorming
'Elke keer als het lukt om samen met de kinderen een sfeer op te bouwen waarin iedereen op een gelijkwaardige manier deelneemt aan het gesprek, besef ik dat ik met het meest wezenlijke van onderwijs bezig ben.
Specialisatie:
- inpassing van taalvorming in het schoolcurriculum
- leerkrachtenbegeleiding
- leerkrachtentrainingen
- video-Interactie Begeleiding
- coaching op het gebied van interactie
- oudercursussen.
'Wat knipte je dan?'Over zoeken naar betrokkenheid
'We zitten in de kring. Ik lees de tekst van Noura voor:
Ik ben blij met mijn vader en moeder. Want ze zijn heel lief en mijn vader gaat met mij spelen en mijn moeder maakt lekker eten. Heel, heel, heel lekker eten. En ik ging poppen van de poppenkast maken. En ik ging knippen en tekenen.
Noura komt op de blauwe draaistoel zitten. De andere kinderen mogen haar vragen stellen omdat ze iets niet helemaal begrijpen of nog meer over het verhaal van Noura willen weten. De eerste vragen hebben niet zoveel te maken met deze twee redenen. Vragen als: hoe oud is je vader, hoe lang is je moeder? Ik moedig de kinderen aan wat meer over dat spelen door te vragen. Kunnen we voor ons zien wat Noura precies met haar vader deed? Als een aantal kinderen een vraag heeft gesteld, schrijf ik de woorden waarmee die vragen begonnen op het bord: hoe, wie, wat, waarom. Met de woorden op het bord gaan we nog een paar vragen aan Noura stellen. Ik hoor een vraag met 'welke'. Die zet ik erbij op het bord. Er komen vragen over wat haar moeder voor eten maakte en vooral heel veel vragen over het maken van poppen. Zeynep vraagt: wat knipte je? En Wat heb je getekend? Je ziet aan haar dat ze zich een voorstelling probeert te maken van wat Noura precies deed. Noura vertelt uitgebreid hoe ze die poppen maakte.
Begin jaren zeventig werkte ik vanuit een buurthuis in het Scholenproject in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt. Het waren de jaren van de onderwijsvernieuwing, waarin men vond dat het onderwijs gedemocratiseerd moest worden ten behoeve van arbeiderskinderen. De wereld van de kinderen moest de school in en leren deden de kinderen ook buiten de school. Zoals het toen om meer betrokkenheid van de kinderen ging, zo gaat het daar nu nog steeds om. Betrokkenheid is een voorwaarde voor motivatie en motivatie is een voorwaarde voor elk leren. Die betrokkenheid vinden wij door de eigen ervaringen van de kinderen centraal te stellen. Vervolgens ga ik op zoek naar hun motivatie begrepen te willen worden en naar hun motivatie een ander te willen begrijpen. Als die motivatie er is, ontwikkelen kinderen zich op eigen kracht. Mijn motivatie en die van de leerkracht om hen te willen begrijpen, is daarbij onontbeerlijk.
Publicaties
- Bijdragen in Werken met taaldrukken, ervaringen en ideeen.
- In een plas zag ik de lucht, Gedachten en Gedichten van Kinderen, een werkboek voor leerkrachten. Uitgave Stichting Taalvorming, 2005.
- Gedichten schrijven op de basisschool. In: Moer 1997 nr. 5
Taalvorming en pesten. In: JSW oktober 2002. Samen met Suzanne van Norden en Mirjam Zaat
- Wanneer gaan we nou werken? In: Moer 1999 nr. 3 samen met Suzanne van Norden en Mirjam Zaat'
- Ik waaide helemaal mee. In: De Wereld van het Jonge Kind jaargang 24 nr. 8.
- Rijke verhalen in de middenbouw. De kwaliteit van een vertelkring. In Zone jaargang 2, nr. 4
- Ik wil nog wat zeggen. In: De Wereld v/h Jonge Kind, april 2008. samen met Suzanne van Norden
- Ze moet nog armen hebben. In: De Wereld v/h Jonge Kind, mei 2008
- Taal en Toneel, spelen om te vertellen. In: JSW juni 2009
|