|

Opleiding
| 2000-2006 |
Writing and Education’ aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht afgestudeerd met poëziebundel en een scriptie over het schrijven van prentenboekenteksten |
| 1985-1991 |
Doctoraal Culturele antropologie aan de Universiteit van Amsterdam specialisaties: Caribisch gebied, medische antropologie |
Werk
| 2002 - nu |
consulent taalvorming en webmaster bij stichting Taalvorming
|
| zomer 2002 |
Trainen van docenten in taalvorming op basisschool Soledad Rivas in Vinto, Bolivia |
2001-2004
|
Redacteur en verslaggever bij het Amsterdams Stadsblad |
| 1998-2001 |
Diverse onderzoeken naar prostitutie, mensenhandel & prostitutiebeleid |
| 1997-1998 |
Vertrouwensvrouw voor (migranten)prostituees in Groningen |
| 1992-1996 |
Maatschappelijk werk/ coördinator noodopvang/werkbegeleider bij stichting Vluchtelingenwerk |
Overig
| 1996-nu |
actief in bewonersgroep rond renovatie, opzetten fietsenstalling, transition town |
| 2003-2006 |
publicatie jeugdpoëzie in de bundel 'Zeg gauw iets spijkerhards' en in het tijdschrift Boekie Boekie |
| 2002 |
Schrijven van lemma's voor de encyclopedie voor de jeugdliteratuur |
| 1996-1997 |
Radiomaker bij de culturele lokale radiozender AFM |
| 1991-1996 |
(eind)redacteur van Alerta, tijdschrift over Latijns Amerika |
|
Elizabeth Venicz consulent taalvorming
"Als kind uit een arbeidersgezin heb ik te vaak gezien hoe mensen zich belemmerd en onzeker voelen door taal. Terwijl taal zoiets leuks kan zijn als je je vrij voelt om er mee te experimenteren in welke vorm dan ook. Onze manier van werken zorgt ervoor dat mensen die durf ontwikkelen. Zodat taal iets van jezelf wordt, en niet iets moeilijks dat je eerst tot in de puntjes moet beheersen voordat je er iets mee kan."
Specialisaties
taal in de openbare ruimte / buurtprojecten/ talige community art
jeugdliteratuur
poezie
schrijfprocessen
Schrijven met bewoners uit een Vogelaarwijk
Of ze wel eens schrijven? Nee nooit. De vrouwen van de bewonersgroep wilden best meedoen, maar ervaring hebben ze niet. En of ze iets kunnen vertellen over het inmiddels gesloopte winkelcentrum waar we het over gaan hebben, dat betwijfelen ze.
We beginnen met een namenrondje. Noem je naam en één ding dat je in het winkelcentrum hebt gekocht. Direct zitten we er middenin. Gladys vertelt hoe ze er in een middag alle meubels vond die ze nodig had voor het nieuwe huis dat ze na haar scheiding betrok. Khadija vertelt dat ze er inrichting voor de ouderkamer ging kopen. Linda begint al tijdens het rondje een plattegrond te tekenen “Wat zat er ook alweer naast de Primera?”
Het dagelijkse boodschappen doen in een heel gewoon winkelcentrum blijkt ineens uit allemaal verhalen te bestaan die de moeite waard zijn om te vertellen. Verhalen ook waardoor ze elkaar op een andere manier leren kennen. “Wat een leuk idee,” roept Gladys als Linda vertelt over dat ze een kerststukje ging brengen aan haar favoriete kassière. En zelfs het opschrijven blijkt mee te vallen. Trots lezen ze elkaar de resultaten voor.
|