|
Taalvorming en 'Met Woorden in de Weer'
Een onderzoek naar de verschillen in woordenschatuitbreiding tussen incidenteel en intentioneel Taalvormingsonderwijs
Een samenvattend fragment uit de afstudeerscriptie door Lisa van der Winden.
Over het belang van woordenschatonderwijs
Woordenschatontwikkeling zou een van de belangrijkste aandachtspunten voor het basisonderwijs moeten zijn. Woordkennis is de kern van taalbegrip. In het onderwijs, maar ook in de rest van het dagelijkse leven, wordt alle leerstof verpakt in woorden. Nieuwe woorden worden uitgelegd met behulp van de woorden en begrippen die je al kent. Uit onderzoek blijkt dat leerkrachten aangeven dat een groot deel van de leerproblemen van anderstalige leerlingen terug te voeren is op hun beperkte woordenschat. Juist deze anderstalige leerlingen zijn vaak aangewezen op het taalonderwijs op school. Daarom is het belangrijk om systematisch en intensief woordenschatonderwijs aan te bieden, zodat iedereen een uitgebreide woordenschat kan opbouwen.
Taalvorming wordt veel gebruikt op multiculturele scholen, daarom is het ook voorTaalvorming belangrijk dat zij goed woordenschatonderwijs aanbieden. Bij de Stichting Taalvorming ontbreekt een uitgebreid theoretisch en praktisch inzicht over in hoeverre hun onderwijs bijdraagt aan de woordenschatontwikkeling van alle leerlingen.In deze scriptie onderzoeken we het woordenschatonderwijs van Taalvorming.
Het theoretisch gedeelte
In het theoretische gedeelte van dit onderzoek wordt nagegaan in hoeverre Taalvorming in theorie bijdraagt aan de woordenschatontwikkeling van alle leerlingen. Er wordt bekeken op welke manier Taalvorming bijdraagt aan de brede taalontwikkeling van kinderen. Daarna spitsen we ons toe op de woordenschatontwikkeling. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de verwerving en het onderwijzen van woorden: hoe zorgt je ervoor dat kinderen goed woordenschatonderwijs krijgen? In dit hoofdstuk wordt ook nagegaan in hoeverre in de huidige werkwijze van Taalvorming aan woordenschatuitbreiding gedaan wordt en wat risico's zijn van deze aanpak. Het incidentele karakter van Taalvorming wordt als grootste risico aangemerkt: werkend met Taalvorming selecteer je als leerkracht niet vooraf woorden die je wilt aanleren, maar je zult alleen nieuwe woorden onderwijzen als de kans zich voordoet in de les. Dit incidentele karakter van Taalvorming maakt het risico groot dat er geen systematisch en intensief woordenschatonderwijs gegeven wordt en er niet optimaal aan de woordenschatontwikkeling van alle leerlingen wordt gewerkt.
Het praktijkonderzoek
Het tweede deel van het onderzoek is een praktijkonderzoek waarin wordt onderzocht in hoeverre een andere woordenschat-aanpak, 'Met Woorden in de Weer', die juist inzet op intensief, intentioneel en systematisch woordenschatonderwijs, kan bijdragen aan Taalvorming, zodat het risico dat de incidentele aanpak met zich meebrengt kan worden verkleind. De onderzoeksvraag in deel II is tweeledig: er wordt onderzocht in hoeverre de combinatie tussen Taalvorming en 'Met Woorden in de Weer' leidt tot (1) een beter woordenschatonderwijs en (2) een betere woordenschatverwerving van leerlingen in een multiculturele klas.
We hebben daarvoor de aanpak van Taalvorming en van 'Met Woorden in de Weer', gecombineerd. Er is een 'intentionele taalvormingsles' gecreëerd waarbij van tevoren acht 'keuken'-woorden zijn geselecteerd om aan te leren: garde, spatel, klutsen, koekenpan, recept, ingrediënten, bereiding en keukengerei. Deze 'intentionele taalvormingsles' is vergeleken met een normale taalvormingsles die zich richt op incidentele verwerving van woorden.
In hoofdstuk 4 wordt het eerste deel van de onderzoeksvraag onderzocht: in hoeverre leidt de combinatie tussen Taalvorming en 'Met Woorden in de Weer' tot beter woordenschatonderwijs? De twee lessen worden geobserveerd en er wordt nagegaan in hoeverre de twee lessen van elkaar verschillen in hun woordenschatonderwijs. Er wordt bekeken of de combinatie van Taalvorming met 'Met Woorden in de Weer' beter woordenschatonderwijs oplevert. In hoofdstuk 5 is het tweede deel van de onderzoeksvraag onderzocht: in hoeverre leidt de combinatie tussen 'Met Woorden in de Weer' en Taalvorming tot een betere woordverwerving door alle leerlingen. Door middel van een woordkennistoets is nagegaan of de leerlingen die de intentionele combinatieles hebben gehad meer woordkennis hebben van de acht woorden dan de leerlingen die de normale incidentele taalvormingsles hebben gekregen en in hoeverre de combinatieles beter werkt aan de woordenschatuitbreiding dan een normale taalvormingsles. In hoofdstuk 6 volgen de conclusie en discussie waarin aanbevelingen gedaan worden voor vervolgonderzoek en voor de praktijk van Taalvorming.
de gehele scriptie van Lisa van der Winden is te bestellen bij stichting Taalvorming (tel 020 - 684 98 97)
|