Wat zegt je gezicht? (2) praten en spelen vanuit portretten
Kijken, kijken De kinderen uit groep 4 en ik bekijken een aantal portretten die door kunstenaars zijn gemaakt. We zitten op de banken of op de grond van het speellokaal. Ik houd de portretten omhoog en vraag de kinderen heel stil te kijken. Ik heb er zeven uitgezocht. Al snel is duidelijk dat drie van hen bij de kinderen het meeste oproepen, een oprechte stilte of lachen of verbale reacties. Zonder het hardop te zeggen besluit ik dat we het komende uur zullen toneelspelen en met elkaar zullen praten naar aanleiding van;
- een zelfportret van Co Westerik "met open mond" 1985 - een zelfportret van Wim Schuhmacher 1941 - "L'urlo del filosofo" van Andrea Martinelle 2004
Het gezicht van mijn moeder "Kan je je herinneren dat je ook een keer zo keek? Thuis? Of op het schoolplein?" vraag ik. Ik ga zelf nog even net zo zitten als het zelfportret van Co Westerik. "Oh ja ik weet wanneer dat was dat ik zo keek. Ik heb een kleine dochter en die gooide vanmorgen expres haar boterham op de grond. Toen keek ik, denk ik, net zo. Ik was verbaasd maar ook een beetje kwaad." Instemmend geknik om me heen. Izaaira wil nu vertellen over een keer dat haar kleine zus haar pestte. Een jongen naast me vraagt of hij iets mag zeggen "bij die", en hij wijst naar het werk van Wim Schuhmacher, een somber kijkende man. Hij vertelt over een keer dat hij achter zijn moeder aan de trap naar hun huis op liep. Bovenaan de trap blijkt hun voordeur te zijn geforceerd. Er is ingebroken. Zijn zinnen missen veel werkwoorden en zijn moeilijk te volgen. We besluiten precies na te spelen wat er gebeurde. Ik speel zijn moeder, hij speelt zichzelf. Telkens als hij geen woorden heeft spelen we en vertel ik wat er gebeurt. "We gaan steeds langzamer lopen ... je moeder schuift langzaam de deur open en kijkt dan naar de grond..." Dat blijkt een belangrijk moment. "Zelfde gezicht" zegt de jongen. Iedereen begrijpt dat zijn moeder zo keek als op het portret. "Wat voelde ze dan?" De kinderen zoeken naar woorden "treurig"... "huilerig"..."bang"..."boos-achtig".
Gevoelens die omslaan In kleine groepjes hebben de kinderen momenten nagespeeld waarop ze net zo keken als op één van de portretten. Nadat we een aantal stukjes bekeken hebben vraag ik naar wat er even later gebeurde. "Bleef je zo kijken, bleef dat gevoel of veranderde dat?" Daarna komen we op de vraag of je gevoel wel eens heel snel omgeslagen is, en besluiten daar een toneelstukje van te maken. De groepjes gaan weer bij elkaar zitten om ervaringen uit te wisselen. Na een tijdje geef ik een signaal dat ze één van de verhalen moeten kiezen, en de rollen moeten verdelen.
De kinderen oefenen hun toneelstukje tegelijkertijd over de ruimte verspreid. Het verloopt behoorlijk chaotisch. Sommige groepjes lijken maar door te spelen zonder einde. Sommige kinderen hebben plotseling een gastrol bij andere groepjes. Het is tijd om iedereen weer in de kring te zetten.
Iets ergs We presenteren de stukjes voor elkaar. Twee meisjes vragen of ze niet hoeven te praten in hun stukje. "Als er in het echt ook niet werd gepraat, dan hoeft dat nu ook niet. Met welk portret heeft jullie stukje te maken?", vraag ik. Er wordt resoluut gewezen naar het portret van de sombere man. Na het aftellen lopen de meisjes samen over speelvlak. Ze huppelen en duwen elkaar lachend van een denkbeeldige stoeprand af. Dan pakken ze elkaars handen en draaien rond. Eerst snel, als een dansje, daarna vertraagd. In het publiek valt een stilte.
De spelende meisjes bewegen steeds langzamer en kijken verbijsterd naar één punt voor hen. Dan staan ze stil en glijden hun handen langzaam uit elkaar. De gezichten betrokken en geschrokken. De kinderen in het publiek staren muisstil naar de twee speelsters. Enkele tellen duurt dit stille einde, dan volgt een spontaan applaus. "Er gebeurde iets ergs juf", zegt een meisje uit het publiek. "Ja dat was heel duidelijk en knap gespeeld", zeg ik. "Wat zou het zijn geweest?" De kinderen uit het publiek hebben wel ideeën; "een ongeluk" ..." je moeder is boos". Ik vraag het aan één van de toneelspeelsters. "Er viel een bom juf", zegt ze. Even twijfel ik of het wel echt is, maar ik zie aan haar uitdrukking dat het waar is. Aan de stilte om me heen hoor ik dat we allemaal even een beetje hebben kunnen meevoelen. De toneelspeelsters kijken trots het publiek in. (...)