In het boek taal leren op eigen kracht verbindt Suzanne van Norden de inzichten en werkwijze van taalvorming met theorieën op het gebied van taalverwerving en didactiek. De vraag waarom taalvorming bijdraagt aan aan taalverwerving, taalplezier en taalinzicht wordt in dit boek beantwoord.
een fragment uit hoofdstuk 3 over de waarde van eigen ervaringen in het (taal)onderwijs:
De onuitputtelijke bron van eigen ervaringen
Ik heb voor een taalronde in groep zes geen onderwerp voorbereid. Wel alle materialen bij de hand en een dichtbundel. Chesron is jarig, hij kijkt trots. Hij mag als eerste in de kring komen. Ik vraag wie het eerst na hem jarig is, die mag ernaast. Zo komt iedereen op volgorde van verjaardag.
Als we zitten zien ze ineens dat Hafid en Mahmut dezelfde trainingspakken aan hebben. Blauw met een wit randje. Er wordt enorm over gekwebbeld, zoals altijd in deze groep gebeurt. Ik grijp het aan en vraag of het toeval is of dat ze het hadden afgesproken.
"Nee, het is toeval."
Zelf moet ik ineens denken aan hoe ik vroeger met een vriendinnetje afsprak om dezelfde kleren aan te trekken maar school. Ik begin erover te vertellen. Hoe onze moeders een keer toevallig dezelfde jurken voor ons gekocht hadden. Wat wij alleen maar leuk vonden. Ik vraag wie ook wel eens precies hetzelfde aan heeft als een vriendin of vriend of zusje. Meteen vingers. Langzaam vormt zich bij mij het onderwerp voor deze taalronde.
Er komen verhalen over dezelfde schoenen, dezelfde jassen als je broer maar dan kleiner, een keer dat Josee en haar vriendinnetje hun moeders voor de gek hielden door hetzelfde aan te doen. Anam vertelt iets dergelijks dat gebeurde in Pakistan bij haar oma, ze had dezelfde kleren aan als haar nichtje en oma merkte het pas toen ze de verkeerde een kusje gaf. Ismael vertelt dat hij en Hafid hetzelfde boek gingen lenen in de bibliotheek. Ik vraag steeds naar hoe het kwam dat het hetzelfde was en wanneer je het merkte. Als het te lang over kleren gaat vraag ik wie ook iets anders hetzelfde heeft als iemand anders. Hafid vertelt over een legospeelgoedje, en hoe zijn nichtje het ook wou en naar Intertoys mocht om het te kopen, en toen terugkwam met een barbie.
Ik besluit aan een lijstje te beginnen. In hun schrift schrijven ze een lijst van dingen die ze hetzelfde hebben als iemand anders. Al schrijvend noem ik nieuwe dingen die bij mij opkomen of die ik om me heen hoor noemen. Dezelfde tas hebben. Hetzelfde cadeautje krijgen als je broer of zus. Dezelfde fiets. Dezelfde naam hebben als iemand anders en dan in de war raken. Dezelfde neus of haren als je moeder of je broer hebben. De lijstjes worden langer en langer, ook bij degenen die eerst hulpeloos om zich heen zaten te kijken.
Bij taalvorming werken we altijd met eigen ervaringen. Eigen ervaringen van kinderen zijn maar op één plek te vinden: bij de kinderen zelf. En dus niet in een boek of educatieve tekst, hoezeer de schrijver ook probeert aan te sluiten bij de ervaringswereld van kinderen. Ervaringen zijn per definitie individueel en uniek, ook al zijn ze voor anderen herkenbaar. Bij taalvorming staan de individuele ervaringen van kinderen in het centrum van elke werkvorm, met als gevolg dat hun betrokkenheid groot is en blijft. Het vertellen en schrijven over eigen ervaringen verlaagt de drempel voor actief taalgebruik bij alle kinderen en vergroot de rijkdom van dat taalgebruik.
Een voorwaarde voor het effectief werken met eigen ervaringen is, dat een leerkracht in staat is kinderen te begeleiden bij het zich bewust worden en verwoorden van hun eigen ervaringen, en dit vermogen bij zichzelf blijft ontwikkelen. Zo makkelijk is dat niet. Het is wel boeiend, spannend en de moeite waard. Vertellen en schrijven over wat je zelf beleefd of waargenomen hebt, verveelt nooit en vormt een onuitputtelijke bron voor sociaal-emotionele vorming en taalontwikkeling.
Eigen ervaringen en het taalonderwijs
Eigen ervaringen: het is al bijna een versleten begrip in het onderwijs. Wat bedoelen we er eigenlijk mee? En vervolgens: waarom en hoe werken we er mee?
Een eigen ervaring definieren wij als iets dat jijzelf hebt waargenomen: gezien, gehoord, geroken, geproefd of gevoeld. Ook: iets dat je met je eigen handen of je lijf hebt gemaakt of gedaan. Maar ook een emotie die je op een zeker moment had of een gedachte die je kreeg, zijn eigen ervaringen.
Lastiger is het met dingen die je hebt gelezen, gehoord of op de televisie gezien. Dat zijn natuurlijk wel ervaringen, maar ze zijn niet rechtstreeks door jouw zintuigen opgedaan. Er heeft iets tussen gezeten: de taal van een schrijver, of de camera van een filmmaker. Hoewel je daar al lezend of kijkend natuurlijk zelf weer iets mee doet, worden je indrukken toch sterk bepaald door de blik van de maker. Het zijn eigenlijk de ervaringen van een ander, die jij door middel van een tekst of een filmbeeld meemaakt.
Het is voor het onderwijs belangrijk om kennis, die voortkomt uit eigen ervaringen, af te grenzen van kennis uit andere bronnen, zoals boeken, lessen, films, internet, verhalen. Niet omdat het een waardevoller zou zijn dan het ander, en ook niet omdat er iets mis aan is dat ze in een mensenhoofd voortdurend door elkaar lopen. Sterker juist: mensen bouwen kennis op door alles wat ze meemaken, of dat nu zintuiglijke ervaringen zijn, verhalen die ze horen of boeken die ze lezen. Maar het onderscheid is van praktisch belang voor het soort taalonderwijs dat wij in dit boek bepleiten.
Als je uit bent op:
* actief taalgebruik door kinderen
* vertrouwen in eigen taalgebruik en algeheel zelfvertrouwen bij kinderen
* een onderzoekende houding bij kinderen
* het stimuleren van het aangeboren taalvermogen
* betrokkenheid van vertellende en luisterende kinderen
* en op plezier in taal,
Dan is het goed om je als leerkracht vaak en expliciet te richten op echte, eigen ervaringen van kinderen. En om alle kennis die voortkomt uit boeken of soortgelijke informatiebronnen, het soort kennis dus dat op school meestal op de voorgrond staat, op zulke momenten naar de achtergrond te verplaatsen.
Wij merken dat kinderen die vertellen over eigen waarnemingen en belevenissen, zeer gemotiveerd zijn om dit in de beste bewoordingen te doen, en dus zeer actief op zoek gaan naar woorden en formuleringen. Kinderen die luisteren naar de ervaringsverhalen van anderen, zijn over het algemeen zeer geinteresseerd en betrokken bij de pogingen van de verteller om haar ervaringen zo goed mogelijk onder woorden te brengen. De algemene betrokkenheid is doorgaans zo groot, dat kinderen zich er niet van bewust zijn hoezeer ze bezig zijn met taal leren. De inhoud van wat ze willen vertellen of begrijpen staat voorop, en niet de leerdoelen van een les van de juf of uit de methode. Ze leren dus al doende, op de manier waarop elk klein kind stap voor stap leert praten, eenvoudig omdat het taal nodig heeft en de verovering van taal plezier geeft.
Door de expliciete gerichtheid op ervaringen verdwijnt eveneens de ‘kennisdrempel’: het probleem van niet genoeg weten, bang zijn voor fouten maken of beoordeeld worden door iemand die het beter weet. De essentie van eigen ervaringen is immers juist, dat jijzelf de enige bent die ze kent, dat een ander je hooguit kan helpen er nog beter over te vertellen. Op vragen naar eigen ervaringen is nooit een ‘juist’ antwoord. Het is dan ook erg belangrijk dat leerkrachten kinderen duidelijk maken dat zij, en niet de meester of de juf, in dit geval de deskundigen zijn. Ook andere kinderen weten niet wat jij precies beleefd hebt. In onze praktijk van langdurige begeleiding van klassen en scholen, zien wij kinderen hierdoor groeien in zelfvertrouwen. Hun natuurlijke taalverwervingsvermogen wordt daardoor ondersteund en krijgt alle ruimte. Zodra een les of gesprek teveel om algemene kennis gaat, zakt dat allemaal weer in en vallen de kinderen terug op wat ze het meest gewend zijn op school: het reproduceren van wat ze geleerd hebben. De slimmeriken staan weer voorop, de rest wordt weer passief. Het is daarom de moeite waard om op regelmatige, vaste momenten uitsluitend bezig te zijn met ervaringen.
Meer over eigen ervaringen en de werkwijze van taalvorming is te vinden in het boek Taal leren op eigen kracht van Suzanne van Norden. Bestellen?
Er is ook een speciaal begeleidingsaanbod voor scholen naar aanleiding van dit boek ontwikkeld. Meer weten?