actueeltaalvorming in de praktijktaalvorming en drama
taalvorming en theoriën over onderwijs en taaloverzicht

Actueel

Lodewijk Asscher maakt slechte beurt bij kleuterleerkrachten

Een woordenlijst voor kleuters op een placemat: wie heeft daar iets aan? De juf? De kleuters? Of de politiek? Is het de bedoeling dat de juf met behulp van de lijst bijhoudt welke woorden nog niet aan bod gekomen zijn, en hier extra lesjes over geeft? Is het de bedoeling dat de kleuters tijdens de pauze hun chocomel (3 x genoemd in de lijst) knoeien over de woordenplacemat in plaats van over hun tafeltje? Of is het de bedoeling dat Lodewijk Asscher en de Gemeente Amsterdam een nieuw wapenfeit op hun politieke conto kunnen schrijven, om waar te maken dat zij veel aan de achterstanden in het onderwijs doen?

De kleuterjuffen die ik begeleid op taalontwikkelend lesgeven, moeten hard lachen om de placemat met 2000 woorden. Gelukkig maar.  Zij vinden dat niemand er iets aan heeft. Ik ben blij dat ze zich niet beledigd voelen. Elke dag proberen zij met hun kleuters te praten, ze uit te dagen en een stapje verder te helpen in taal. Woorden komen de hele dag langs in een actieve kleutergroep. Een lijst hebben de leerkrachten daar echt niet voor nodig. Wat ze wel nodig hebben: de vaardigheid en alertheid om in gesprekken met kleuters belangrijke woorden aan te dragen, woorden die ze nodig hebben of die passen bij het gespreksonderwerp.


Hoe komt het dat autochtone kinderen al 2000 woorden kennen als ze naar school komen? Niet omdat ze er les in gehad hebben, maar omdat ze die woorden nodig hadden en overnamen van mensen in hun omgeving. Want zo gaat taalverwerving bij elk kind. Kinderen met een andere thuistaal of een weinig communicatief thuismilieu hebben te weinig in het Nederlands gecommuniceerd over wat ze doen en om zich heen zien. Dat is dan ook wat ze nodig hebben als ze op school komen.


Ook op school leren kinderen woorden terwijl ze over de wereld leren. Goede leerkrachten focussen tijdens elke interactie in de klas op woordenschatuitbreiding. Of het nu de bespreking van een ruzie is, of een aardrijkskundeles. Ze herkennen met hun gezonde verstand en ervaring, welke woorden belangrijk zijn. ‘Frequentie, nut en context: dat zijn de criteria waarop je je intuïtief en met gezond verstand kunt baseren’, schrijven Dirkje van de Nulft en Marianne Verhallen in hun praktische boek Met woorden in de weer.


Dus waarom deze lijsten? Lijsten moeten afgewerkt worden, of in elk geval afgecheckt. Zeker in het onderwijs . Een woordenlijst in het onderwijs betekent: dit gaan we leren, en straks gaan we dit ook toetsen, controleren of tellen. Op het gros van de leerkrachten werkt een ‘officiële’, vanuit de wetenschap opgestelde lijst als een verplicht programma. Het leidt tot woordenschatlessen in kleutergroepen. Het leidt tot ‘targets’ : 7 woorden per dag, 35 per week, dan haal je 1500 in een jaar, zoals in het begeleidende boekje staat. Haal je dat niet, dan loop je achter.


Arme kleuters, arme juffen. De laatsten zullen nog meer het gevoel hebben dat ze niet hard genoeg werken aan taal – iets wat ze al dagelijks in de krant lezen. In de kleutergroepen van zulke nerveus gemaakte leerkrachten is steeds minder tijd voor spelen en natuurlijke gesprekken, en wordt steeds meer ‘lesgegeven’. Terwijl kleuters het best, meest en snelst leren door taal in een voor hen betekenisvolle context: die van spel en natuurlijke gesprekken over onderwerpen die hen bezighouden.


Sommige leerkrachten zijn erg blij met de placemat. Eindelijk weten we eens om welke woorden het nou echt gaat, zeggen ze. En ze voegen de lijst toe aan de lijsten die ze al elke dag proberen af te werken in het kader van programma’s als Piramide. De lijst geeft echter slechts een schijnhouvast en zal bij onzekere leerkrachten leiden tot slechter woordenschatonderwijs in kleutergroepen.


Dit artikel verscheen in verkorte vorm in het Parool op 29 januari 2009